1999 | 't Hospitaal op stelten

  • André Naessens - Roger Verbist, loodgieter
  • Hendrik Vanlerberghe - Dirk Delaet, havenarbeider
  • Antoon Minjauw - Franske, (gepensioneerde) oud-strijder
  • Koen Beke - Erik Van Damme, student rechten
  • Lieve Minjauw - Els, dochter van Roger
  • Rita Haerynck - Frieda, vrouw van Dirk
  • Jos Cluyse - Jos, homofiele vriend van Erik
  • Ria Demeulemeester - Zuster Bertha, hoofdverpleegster
  • Anita Comyn - Zuster Arlet, vervangende hoofdverpleegster
  • Martine Vermeulen - Greetje Verstrepen, verpleegstagiaire
  • Manu De Clercq - Dokter Droghenbos

Scan10003.JPGScan10004.jpgScan10005.jpgScan10006.JPG
Scan10007.JPGScan10009.JPGScan10010.JPGScan10011.JPG
Scan10012.JPGScan10013.JPGScan10014.JPGScan10015.JPG
Scan10016.JPGScan10017.JPGScan10049.JPGScan10050.JPG
Scan10056.JPG

Voor de twintigste editie werd er opnieuw niets onverlet gelaten om een stuk te vinden waarin toeschouwers en acteurs ten volle aan hun trekken zouden komen. Traditioneel trokken ook nu de meeste spelers tijdens de wintermaanden en in het voorjaar zowat overal te lande rond om de meest diverse (volkse) theaterproducties te bekijken, in de hoop er één te ontdekken dat qua inhoud en bezetting min of meer beantwoordde aan de eisen van “Klavertje Vier”.

Begin december `98 - nauwelijks een maand na de laatste opvoering van “De man die nikske kan!” - was ‘het kruim’ van het Markegemse gezelschap aanwezig te Sint-Amandsberg. “‘t Stroppenteater Gent” gaf er een voorstelling van “‘t Hospitaal op stelten”, naar een werk van Marc Peeters, met als originele titel “Veel beterschap”. Een, aldus de programmabrochure, dolle komedie in twee bedrijven voor 11 acteurs. Nagenoeg iedereen was direct gecharmeerd door de spitse en volkse inhoud en - zeker niet onbelangrijk - van alle geïnteresseerde spelers moest er niemand noodgedwongen afvloeien.

De pro’s en contra’s, in confrontatie met een paar andere geviseerde kluchtspelen, werden afgewogen en na enige discussies was de kogel door de kerk: ‘t Hospitaal op stelten zou het tweede toneeldecennium inluiden. Er waren zes mannelijke en vijf vrouwelijke acteurs nodig en na enkele verschuivingen viel alles in de plooi. Christine Van de Voorde bleek - na twee jaar onderbreking - bereid haar zevende stuk te regisseren en haar voorganger André Naessens nam de plaats in van Noël De Neve, die er omwille van het huwelijk van zijn zoon een jaartje tussenuit wou. Ria, Lieve, Anita en Rita waren opnieuw van de partij en de overblijvende rol zou worden ingevuld door nieuwkomer Martine Vermeulen; na drie jaar de eerste injectie van nieuw bloed in “Klavertje Vier”.

Over de inhoud van “’t Hospitaal op stelten” zullen we - vergeef het ons - niet veel loslaten. De kans dat u dit overzichtswerkje, of het laatste deel ervan, leest voor u de voorstelling gezien heeft, lijkt te groot. Beperken we ons tot volgende korte indicaties. Het verhaal speelt zich af op een vierpersoonskamer van een ziekenhuis, waar vier patiënten liggen die weinig met elkaar gemeen hebben: een loodgieter, een havenarbeider, een oud-strijder en een stu­dent rechten. Ze liggen allen onder de knoet van de hoofdverpleegster zuster Bertha. De zieken krijgen uiteraard bezoek van familie of vrienden en er worden plannen gesmeed om de bazige Bert lik op stuk te geven...

 

Op het eerste gezicht een situatie die doet terugdenken aan de grandioze kaskraker “De drie gekke bompa’s” uit 1987, waarvan er nu nog vijf spelers actief zijn.

Ondanks de negen voorstellingen van "De man die nikske kan!" wordt dit jaar voorzichtig­heidshalve geopteerd voor acht uitvoeringen (23, 24 en 31 oktober en 1, 6, 7, 10 en 11 no­vember), met een mogelijks extraatje (12 november) achter de hand.