1995 | Wie van de vier ?

  • Hendrik Vanlerberghe - Julien Vandamme, garagehouder
  • Antoon Minjauw - Louis Van Diest, compagnon van Julien Vandamme
  • Ria Demeulemeester - Madame Antoinette, huishoudster bij Julien Vandamme
  • Lieve Minjauw  - Annemarie, minnares van Julien
  • Nancy Allaert - Sofie, minnares van Julien
  • Rita Haerynck - Christine, minnares van Julien
  • Anita Comyn  - Sonja, minnares van Julien
  • Jos Cluyse - Jozef Michiels, homofiele echtgenoot van Sonja
  • Manu De Clereq - De geheimzinnige man
  • Noël De Neve - Politieagent

Voor het 16de speelseizoen werd opnieuw gekozen voor een blijspel met internationale uitstraling. De keuze viel op het stuk “Zijn vrouw was blond, daarom...” (“La brune que voilà”) van de Franse dramaturg en cineast Robert Lamoureux, bekend o.a. van de kaskraker "Ou est passée la 7ième Compagnie?". Enkele spelers vonden het blijkbaar een nogal sullig titel en herdoopten de komedie in Wie van de vier?

Men had blijkbaar de nodige lessen getrokken uit het computeravontuur van anderhalf jaar terug en het aantal voorstellingen werd herleid tot zes: 28 en 2 oktober en 4, 5, 11 en 12 november. Christine Van de Voorde was opnieuw, voor de vierde opeenvolgende maal, regisseur en had dit jaar vijf mannen en vijf vrouwen nodig.

Echtgenoot Willy De Neve zegde ditmaal het Markegemse toneel definitief - alhoewel, wat is definitief? - vaarwel en ook Frans Beke en Victor Demeulemeester trokken zich, na respectievelijk één en twee seizoenen, terug. Eric D'hulst koos opnieuw voor een sabbatjaar, maar toneelfanaticus Jos Cluyse bleek voldoende hersteld en stond te trappelen om opnieuw het gezelschap te vervoegen. Er was nog één acteur van de mannelijke kunne ‘op overschot’ en dit probleem werd op een galante wijze opgelost door Eric Bekaert te promoveren (?) tot souffleur, in opvolging van Rita Haerynck.

Het souffleren was Rita niet echt meegevallen. Het voorjaar van 1994 was ijzig koud geweest en de frêle echtgenote van Bertrand Minjauw had, dekens over en rond de benen of niet, zeven voor­stellingen lang zitten bevriezen. Dit, in combinatie met de frustratie niet te kunnen meespelen, maakte Rita één iets overduidelijk: “Souf­fleren, dát nooit meer!”. Rita Haerynck dus opnieuw op de plan­ken en in wezen was dit geen slechte zaak, want er bleek een gebrek aan actrices.

Christine Van de Voorde vond het wenselijker om tijdens de repetities zich volledig op de regie te kunnen toeleggen en haar dochter Mieke De Neve had andere toneeloorden opge­zocht. Ook Leen Comyn was niet meer van de partij. Het huiselijk geluk én de blijde mare dat er een eerste kindje op komst was, deed haar besluiten de kille plankenvloer te ruilen voor het gezellige haardvuur, vol knusse mijmeringen over wat de toekomst brengen zou. Er bleven, m.a.w. nog drie dames over (Ria Demeulemeester, Rita Haerynck en Anita Comyn) en kregen het gezelschap van de nieuwkomers Lieve Minjauw (dochter van Antoon) en Nancy Allaert.

Hendrik Vanlerberghe - die net zoals in "De internationaal" zowat het hele stuk op het podium stond - speelde de ziel uit zijn gespierde lijf en ook Ria Demeulemeester, die voor vierde maal haar geliefkoosde rol van meid ten tonele bracht, wist de zaal te enthousiasmeren. Toch daagden er ‘slechts’ 1541 toeschouwers op, ongeveer evenveel als het vorige jaar

In "Wie van de vier?" draait alles rond Julien Vandamme die, samen met zijn vennoot Louis Van Diest, een garage in tweedehandswagens uitbaat. De zaken lopen gesmeerd en ook op liefdesgebied heeft de gescheiden Julien zeker niet te klagen. Maar liefst vier dames dingen naar zijn gunsten en madame Antoinette, zijn huishoudster, heeft dan ook alle moeite om zijn stormachtig leven bij te houden. De zaken dreigen echter volledig uit de hand te lopen, wanneer één van de echtgenoten van zijn maîtresses de ontrouw van zijn vrouw niet langer kan verdragen en dreigt Julien om te brengen. Maar met wie van de vier is de op wraak beluste, bedrogen man nu eigenlijk getrouwd?