1981 | Montje gaat bij 't muziek

  • Noël De Neve - Jerome, hoteluitbater
  • Ria Demeulemeester - Josephine, vrouw van Jerome
  • Marleen Naehtergaele - Gwendoline, dochter van Jerome en Josephine
  • Willy De Neve – Pier, bakker
  • Christine Demeyer - Monica, vrouw van Pier
  • Roland Demeyer - Diederik, zoon van Pier en Monica
  • Christine Van de Voorde - Wiezeke, cafébazin in “in ’t tonneke”
  • Linda Lassuyt - Marie-Jeanne, dienster in “in ’t tonneke”
  • Antoon Minjauw - Montje
  • Eric D’hulst - Mister Butterfly. Engels toerist
  • Yvan Vanveerdeghem - Champetter

Scan10062.JPGScan10063.JPGScan10064.JPGScan10065.JPG
Scan10066.JPGScan10067.JPGScan10068.JPGScan10069.JPG
Scan10070.JPGScan10071.JPGScan10072.JPGScan10073.JPG
Scan10074.JPG

Voor het eerste lustrum besloot Willy De Neve er een bijzondere happening van te maken. Voor de 11 resterende spelers - Gina Vanthournout haakte definitief af en Bart Vanveerdeghem kon zijn studies niet langer combineren met zijn hobby - schreef Willy een gloednieuw stuk, waarin de Dentergemse harmonie Sint-Cecilia letterlijk voor de muzikale noot moest zorgen.

Secretaris-penningmeester van de harmonie Willy Desmet werd bereid gevonden de rol van muziekmeester op zich te nemen en voor de drie geplande voorstellingen (24 en 30 oktober en 7 november) een tiental muzikanten ‘te leveren’. Grootmoedig als hij was, weigerde hij enige financiële tegemoetkoming, maar kreeg als tegenprestatie voor zijn muzikanten en echt­genotes een Breugeliaans etentje en de belofte dat er zoveel mogelijk spelers van “Klavertje Vier” aanwezig zouden zijn op het jaarlijks muziekbal op Paaszondag.

Het nieuwe stuk, uiteraard opnieuw onder de regie van schoolhoofd De Neve himself, kreeg naam Montje gaat bij ‘t muziek en was voor het eerst geschreven in functie van Antoon Minjauw. Deze sympathieke Markegemse C.M.-bediende had de vorige drie stukken ruimschoots bewezen een volkse komiek pur sang te zijn en zonder enige zichtbare moeite de zaal op zijn hand te krijgen.

Voor het eerst situeerden de kolderieke toestanden zich niet in een of andere woonkamer, maar op een pleintje met een café, een bakkerij en een hotel ergens in een provinciestadje. De uitbaters van deze drie neringen kunnen het niet zo goed met elkaar vinden; vooral tussen de hoteliers- en de bakkersvrouw zit het er vaak bovenarms op. De situatie verbetert niet op wanneer Gwendoline, de dochter van de hoteluitbater, verliefd wordt Diederik, de zoon van Pier de bakker. Het wordt pas helemaal mooi wanneer Montje verschijnt; een tragisch-komische eenzaat die een bombardon heeft geërfd en met zijn a-muzikale talenten de boel op stelten zet. Tot hij op een dag - en dit tot ieders verbijstering - wonderbaarlijk mooie melodieën ten gehore brengt...

De drie opvoeringen waren goed voor drie volle zalen met 1043 verkochte kaarten en 950 toeschouwers. Iedereen was vol lof over de geleverde prestatie én het door Antoon Minjauw opgetrokken unieke decor. De muzikanten-gastspelers praatten jaren later nog vol nostalgie over hun toneeldebuut. Het meest onder de indruk was echter ene Geert Decraemer. Deze enthousiaste Markegemse jongeling sloeg vol ontroering de toneelprestatie van Marleen Nachtergaele gade. Toen ze op een bepaald moment op een uiterst elegante wijze haar liefde verklaarde aan Roland Demeyer, brulde hij vanuit de zaal “De liefde van de man gaat door de maag!”. Enkele jaren later was hij met Marleen getrouwd...