1978 | Trouwen of betalen

  • Eric D'hulst - Mathias Breedelingen, herenboer
  • Gina Vanthournout - Catharina, Mathias’ zus
  • Ria Demeulemeester - Vera, dienstmeisje bij Mathias en Catharina Breedelingen
  • Yvan Vanveerdeghem - Pieter Vossaert, barbier
  • Daniël Depoortere - Aloïs Verdrongen, boer en vriend van Mathias Breedelingen
  • Victor Vangaever - Frans. knecht bij Aloïs Verdrongen
  • Christine Demeyer - Fientje. bedelares

Het begon allemaal begin 1978 tijdens een voetbalvergadering in het café “Prins Albert”, Wakkenstraat 21, van Victor Demeulemeester en Suzanne Vanduynslager. Yvan Vanveer­deghem, speler bij de in september 1972 opgerichte voetbalploeg P.A.V. (Prins Albertvrienden) had een toneelstuk bijgewoond in zaal “Pax”, opgevoerd door enkele leden van de Dentergemse jeugdclub “Kernelle”. Het was niet de eerste keer dat dit in Markegem gebeurde. Pastoor Jean Botte (1958-1977), die in 1960 de parochiezaal had laten optrekken. nodigde af en toe ‘vreemde’ gezel­schappen - meestal uit Roeselare - uit om in zijn taal het culturele leven in Markegem wat op te vijzelen.

De geboren en getogen Markegemnaar Vanveerdeghem maakte tussen pot en pint, in een moment van diepzinnig lokaal patriottisme, de bedenking dat mensen van eigen bodem toch ook in staat moesten zijn om een stukske concert’ te spelen. Hij vond onmiddellijk gehoor bijy Joan Vercaemer en na enig gepalaver wisten zij hun medevoetballers Eric D’hulst en Victor Vanggever over de streep te halen. Ook Ria Demeulemeester, de 15-jarige dochter van. Victor en Suzanne, reageerde enthousiast.

En het bleef niet bij loze beloftes. Er werd onmiddellijk op zoek gegaan naar een passend werk en de keuze viel op Trouwen of betalen van Walter Kalkus, een volkse komedie over twee schraperige boeren en een even gierige barbier die - tot hun verbijstering - gehoord hebben dat er een vrijge­zellenbelasting geheven zal worden. Alleen diegenen die driemaal tevergeefs een huwelijksaanzoek gedaan hebben en zij die ontoerekeningsvatbaar verklaard worden, zullen van deze nieuwe contributie vrijgesteld worden. Herenboer Mathias Breedelingen en zijn vriend Alois Verdrongen stellen dan ook alles in het werk om telkenmale een blauwtje op te lopen. De olijke barbier Vossaert gooit het over een andere boeg: hij haalt de meest dwaze streken uit om zich als een halvegare te laten doorgaan...

Het stuk was geschreven voor zeven spelers: vier mannen en drie vrouwen. Er waren dus nog enkele vacatures, te meer daar Joan Vercaemer te kennen had gegeven liever te souffleren. Ria Demeulemeester wist vrij vlug haar vrien­dinnen Gina Vanthournout en Christine Demeyer te strikken en Yvan Vanveerdeghem slaagde erin de Dentergemnaar Daniël Depoortere - die enkele maanden voordien nog meegespeeld had met “Kernelle”- voor het goede doel te winnen. De rolbezetting en -verdeling was een feit...

Geen toneel zonder regisseur. Om het culturele experiment in goede banen te leiden werd een beroep gedaan op Willy De Neve. sedert 1973 de facto directeur van de gemeentelijke (Veld)school te Dentergem. Meester De Neve speelde al enkele jaren mee in het Dentergemse toneelgezelschap ‘t Veld­bloempje”, dat onder de regie van pastoor Louis Van Houtte furore maakte in de lokale Congregatiezaal. Er werden zelfs stukken opgevoerd die De Neve zelf geschreven had, zoals “De Internationaal” (1975) en het sterk gewaardeerde “De gebroeders Miranda” (1976). Een man dus met de nodige ervaring...

Elke zichzelf respecterende vereniging kiest een toepasselijke naam. Tijdens het doornemen van “Trouwen of betalen” werden enkele attente spelers getroffen door volgende beklijvende passage:

Catharina:   Komt ge weer de mensen van hun werk houden?

Vossaert:    Hoe komt ge daarbij” Ik heb juist aan Mathias verteld, hoe hij het aan boord moet leggen om zijn klaverveld 25 percent meer te doen opbrengen.

Catharina:     Wel,  en wat moet hij daarvoor doen?

Vossaert:    Wel, dat is heel eenvoudig. Hij moet zaad kopen van klaver niet vier blaadjes inplaats van met drie en dan heeft hij 25 % meer dan al de andere boeren.

De kogel was door de kerk. De boreling kreeg de naam “Klavertje Vier”...

Initiatiefnemer Vanveerdeghem werd de eerste voorzitter en medestrijder-van-het-eerst-uur Ver­caemer ondervoorzitter. De ‘président-fondateur’ vluchtte zijn verantwoordelijkheid niet en als een bezige bij probeerde hij alles zo efficiënt mogelijk te regelen. De meest dringende problemen situeerden zich op materieel-financieel vlak. Beide heren zorgden echter voor een gezamenlijk startkapitaal van 10.000 fr., dat ze grotendeels spendeerden aan de aankoop van enkele aftandse houten panelen - bedoeld als decorelementen -. die bij aannemer Wilfried Desmet jarenlang functioneel geweest waren op tal van handelsbeurzen. De decorpanelen werden eerst gestockeerd op de zolder boven het magazijn van kolen- en dierenvoederleverancier Ignace Goetry en kort voor de première in zaal “Pax” in elkaar ge­knutseld door de handigste acteurs. Joan Vercaemer maakte van zijn beroep een tijdelijke hobby en zorgde voor het schilder- en behangwerk. Ook Palmer Vanthournout, de vader van Gina, was steeds in de buurt. Als toneelmeester stond hij o.a. in voor de belichting en hetgeluid; een opdracht die hij vijf toneelseizoenen lang gewetensvol op zich zou nemen.

Alle begin is moeilijk en er werd dan ook voorzichtig geopteerd voor één enkele voorstelling. Datum: 30 april 1978. De voorverkoop liet het beste vermoeden, maar nogal wat Markegemnaren - hoe sympathiek zij het nieuwe initiatief ook vonden - keken liever eerst de kat uit de boom. Er werden in het totaal zowat 460 kaarten verkocht en ca. 250 nieuwsgie­rigen kwamen opdagen. De afwezigen hadden, zoals zo vaak, ook nu ongelijk en spelers en publiek amuseerden zich kostelijk. Ook Mira, de hond van Christine Demeyer, schitterde in het bijrolletje dat haar was toegewezen...

Het succes deed uiteraard vlug de ronde en er werd vanuit diverse hoeken gevraagd een extra­voorstelling te geven. Niet iedereen was even happig, te meer daar er intussen al enkele we­ken verlopen waren en sommigen vreesden voor een halflege zaal te moeten spelen. Er werd uiteindelijk toch besloten het erop te wagen. Om de goden gunstig te stemmen, kwamen de acteurs overeen de extra-inkomsten te besteden aan de restauratie van de in 1919 ingewijdekapel O.-L.-V. van Lourdes (de zg. “Zwarteveldkapel”) op de Kouter.

Op 28 mei, zowat een maand na het eerste optreden, stond het zevental opnieuw op de buhne. En dit keer kregen de sceptici gelijk. De goden vonden het blijkbaar niet nodig dat de kapel gerestaureerd werd, Willy De Neve kwam niet opdagen en de verweesde spelers gaven het beste van zichzelf voor welgeteld... drie volzette rijen of een vijftigtal liefhebbers. Joan Ver­caemer, die tijdens de première het influisteren overgelaten had aan zijn regisseur, dook dekelder in en kroop met klamme handen voor het eerst in zijn souffleurbak...